Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Urologie

Blaasspoelingen met Gemcitabine

Blaasspoelingen met Gemcitabine

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Uw arts heeft onlangs een poliep geconstateerd in uw blaas. Deze poliep kan kwaadaardig zijn, maar is niet verder gegroeid dan het slijmvlies van de blaas. Door middel van een kleine operatie kan de poliep geheel verwijderd worden. Bij meer dan de helft van de patiënten komt de poliep echter terug. Soms zijn ze dan kwaadaardiger en groeien ze door het slijmvlies heen, in de spier. Vaak is het niet voldoende om alleen de poliep(en) te verwijderen. Het is daarom nodig om met een nabehandeling de kans op terugkeer van deze poliep te verkleinen. Met behulp van blaasspoelingen is het mogelijk de kans dat deze poliepen terugkomen, te verkleinen. Er zijn meerdere middelen die voor blaasspoelingen worden gebruikt. Welk middel noodzakelijk is, wordt in uw geval zorgvuldig door uw arts bepaald. Eén van die middelen is het cytostaticum (celdodend middel) Gemcitabine.

Schema toediening
Het schema houdt in dat u de eerste 6 weken iedere week het middel met behulp van een blaaskatheter toegediend krijgt. Dan zal er een blaasonderzoek gedaan worden. 4 weken na de laatste toediening van de reeks van 6 zal er iedere maand een toediening plaatsvinden gedurende 5 maanden. Daarna is in principe de behandeling klaar en zal er regelmatig een blaasonderzoek gedaan (meestal is dit ieder half jaar) worden ter controle. De uroloog bepaalt of verdere spoelingen noodzakelijk zijn.

Voorbereiding
Voor elke nieuwe blaasspoeling wordt u gevraagd naar de eventuele bijwerkingen. Indien bij u een infectie wordt geconstateerd, wordt de spoeling uitgesteld. Het is belangrijk om vier uur voor de blaasspoeling niet of weinig te drinken. Indien u diuretica (plastabletten) gebruikt neemt u deze op de dag van de spoeling ná de behandeling en niet ervoor.

Toediening
Op de dag van de blaasspoeling kijkt de verpleegkundige de urine na of er geen ontsteking in de blaas zit. Daarna wordt er door de verpleegkundige een katheter (slangetje) in de blaas gebracht en de eventueel resterende urine wordt opgevangen. Hierna wordt het medicijn via de katheter in de blaas gebracht waarna de katheter verwijderd wordt. Hierna mag u in principe naar huis. Thuis moet u proberen het medicijn 2 uur in de blaas te houden, maar minimaal 1 uur. Drink tijdens deze 2 uur ook niets. Indien u stil zit of ligt adviseren wij u regelmatig van houding te wisselen.

Na de blaasspoeling
Het medicijn wordt na maximaal 2 uur uitgeplast. Hierbij gaat u op het toilet zittend uitplassen, dit geldt zowel voor vrouwen als mannen. Was daarna uw handen met zeep. Vermijd huidcontact met de vloeistof. Mocht u toch gemorst hebben op de huid, spoel het dan schoon met veel water en was het met een pH-neutrale zeep, zoals Neutral. Maak het toilet dagelijks schoon tot twee dagen na de blaasspoeling met een pH-neutraal schoonmaakmiddel, zoals bijvoorbeeld groene zeep. Verontreinigde kleding en ondergoed dienen eerst met een koud programma voor gespoeld te worden, daarna kan het met de rest van de was mee gewassen worden.

Naast huishoudelijke maatregelen en normale hygiëne hoeven geen extra voorzorgen genomen te worden wat betreft kinderen of volwassenen in uw omgeving. Wel adviseren wij u op de dag van de spoeling en de dag erna geen geslachtsgemeenschap te hebben of u moet hiervoor een condoom gebruiken.

Bijwerkingen
De meeste patiënten verdragen blaasspoelingen probleemloos. Als er toch bijwerkingen optreden, beperken deze zich gewoonlijk tot klachten van de blaas. Het betreft zeer frequente aandrang om te plassen; een pijnlijk of branderig gevoel in de plasbuis; moeite met ophouden van de urine; bloed of weefseldeeltjes in de urine. Vrijwel altijd zijn deze verschijnselen de dag na de spoeling weer verdwenen. Zo niet, dan kunt u het beste contact opnemen met de DIG op telefoonnummer: 0543 54 46 44 of met polikliniek Urologie:
0543 54 46 30. Na 17.00 uur kunt u de eerste 24 uur na de spoeling contact opnemen met de afdeling Spoedeisende hulp op:
0543 54 45 55.

Controle
Om het effect van de spoelingen te controleren, zal uw arts na de verwijdering van de poliepachtige tumoren regelmatig in de blaas kijken (cystoscopie). Indien na 1 jaar controleren geen poliepachtige tumoren terug gekomen zijn, is de kans dat u poliepvrij blijft, toegenomen. Echter, zelfs na jaren kunnen poliepachtige tumoren toch nog opnieuw ontstaan. Het aantal keren dat uw arts in de volgende jaren uw blaas zal controleren, wordt met u afgesproken. Mochten bepaalde spoelingen bij u niet helpen, dan kan gekozen worden voor een ander type spoeling. Dit wordt dan vooraf met u besproken.

Geheimhouding en recht op privacy
Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl

Vragen

Bij vragen over uw behandeling kunt u zich contact opnemen met de polikliniek Urologie. Wij zijn van maandag tot en met vrijdag van 08.30 – 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer: 0543 54 46.


Foldernummer: uro684 versie okt 20


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |