Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Verloskunde

Een kunstverlossing

Een kunstverlossing

De vacuümextractie

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Er kan een vacuümextractie worden gedaan wanneer:
Een vacuümextractie kan uitsluitend gedaan worden wanneer de baarmoedermond al volledig openstaat, dus bij volkomen ontsluiting. Verder is het alleen mogelijk op deze manier hulp te bieden als uw baby in hoofdligging ligt en het vrijwel zeker is, dat het hoofdje door het bekken kan.

Soorten vacuümcups

Er zijn twee soorten vacuümcups: een metalen cup en een plastic cup (de “KIWI”cup). Welke wordt gebruikt hangt af van de grootte van de baby, hoe diep het hoofdje in het bekken zit en de voorkeur van de gynaecoloog.

Hoe het werkt
De cup wordt op het hoofdje van uw baby geplaatst en hierna vacuüm gezogen. Hierdoor komt de cup stevig op het hoofdje van uw baby vast te zitten. Als de cup vastzit, trekt de gynaecoloog tijdens een aantal weeën mee om de uitdrijving te versnellen. U perst mee op iedere wee net zoals voor de kunstverlossing. Zodra het hoofd van uw baby geboren is laat de cup los van het hoofdje. Daarna volgt snel de geboorte van de rest van het lichaam van de baby.

Er is een kleine kans dat de cup tijdens het meetrekken afschiet. Dit is een beveiligingsmechanisme zodat er nooit te hard aan het hoofdje van uw baby getrokken kan worden. Soms kan de cup niet goed vacuüm zuigen door bijvoorbeeld teveel haar op het hoofdje van uw baby of een afwijkende ligging. Als de vacuümextractie niet het gewenste resultaat oplevert, zal alsnog besloten worden tot een keizersnede over te gaan. De gynaecoloog bespreekt dit met u.

Wat gebeurt er bij een kunstverlossing?
De voorbereiding
Er wordt een dwarsbed opgemaakt. Dat wil zeggen dat de onderste helft van het bed wordt weggeschoven. Uw benen worden in steunen gelegd. De bekkenbodem wordt soms met een injectie plaatselijk verdoofd.

De vacuümextractie:
De cup wordt op het hoofdje van uw baby geplaatst en hierna vacuüm gezogen. Hierdoor komt de cup stevig op het hoofdje van uw baby vast te zitten. Op het moment dat er een wee komt en u moet persen, trekt de gynaecoloog aan de zuignap. Terwijl u perst helpt de gynaecoloog u dus een beetje. De kans is groot dat u van te voren (na verdoving) wordt ingeknipt om meer ruimte te maken.

De baby na een vacuümextractie:
Zodra het hoofd van uw baby geboren is laat de cup los van het hoofdje. Daarna volgt snel de geboorte van de rest van het lichaam van de baby. Hierna gaat de bevalling verder net als bij een “gewone” bevalling. Op de plaats waar de zuignap gezeten heeft, ziet u een verdikking. Dit is een opeenhoping van vocht, ook wel oedeem genoemd. Deze verdwijnt binnen een paar uur. De baby heeft na een vacuümextractie 24 uur “wiegenrust”. Dit houdt in dat uw kind veel rust krijgt. De baby moet minimaal één dag langer blijven. De baby zal eventueel hoofdpijn kunnen hebben en daardoor misselijk zijn en kunnen spugen. De baby wordt daarom paracetamol gegeven als het nodig is.

De moeder na een kunstverlossing
Om de placenta (moederkoek) snel geboren te laten worden, krijgt u een injectie (weeën stimulerend middel oxytocine) in uw been of als u een infuus heeft, via het infuus toegediend. Als u bent ingeknipt of ingescheurd, wordt u - na de geboorte van de placenta - gehecht. Bloeddruk, pols, bloedverlies en urineproductie worden gecontroleerd. U kunt naar huis als de conditie van u en uw kind bevredigend is.

Volgende keer weer een kunstverlossing?
Het is zeker niet zo, dat er de volgende bevalling weer een kunstverlossing nodig zal zijn. Het is vaak zo, dat de bevalling van uw tweede kind gemakkelijker gaat dan de bevalling van uw eerste kind. Er kunnen zich natuurlijk omstandigheden voordoen, waardoor ook een volgende keer weer een kunstverlossing nodig is. Bijvoorbeeld wanneer het kind dan te groot is, of wanneer het vanwege uw conditie of die van uw kind niet verantwoordelijk is om nog langer door te persen. Er is echter bij de tweede bevalling veel minder kans op een vacuümextractie of tangverlossing dan bij de eerste bevalling.

Geheimhouding en recht op privacy
Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl


De inhoud van deze folder is ontleend aan de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)


Foldernummer: vlk145 versie okt 22


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |