Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Neurologie


Epilepsie

Epilepsie


Epilepsie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij regelmatig aanvallen optreden van veranderingen in de elektrische activiteit in de hersenen. Door het afgeven van elektrische impulsen communiceren hersencellen met elkaar. Bij een epilepsieaanval worden sommige hersencellen overactief en gaan in het wilde weg elektrische signalen afgeven.

Het is te vergelijken met onweer in de hersenen: abnormale ontladingen van elektriciteit verstoren het normale functioneren. (Het Oudgriekse epileptein betekent 'overvallen'.) De aanval, ook insult genoemd, duurt meestal maar kort. De verschijnselen hangen samen met de ernst en de plaats van de 'kortsluiting' in de hersenen.

Wat gebeurt er tijdens een aanval
Alles wat een mens denkt en doet, wordt gestuurd door de hersenen. Zonder die aansturing kan een mens niet bewegen, horen, zien, ruiken of zelfs ademhalen. Hersenen bestaan uit miljarden hersencellen, die voortdurend boodschappen aan elkaar doorgeven. Dat gebeurt via elektrische impulsen (kleine stroomstootjes) en chemische stoffen (neurotransmitters) die de prikkel overdragen van de ene hersencel op de andere. Soms wordt dit systeem, door wat voor oorzaak dan ook, verstoord. Het gevolg van de storing is een plotselinge en overmatige ontlading van (groepen) hersencellen, te vergelijken met een soort kortsluiting. Die uit zich dan in een aanval. Met een EEG (elektro-encefalogram) is het mogelijk de elektrische activiteit van de hersenen te onderzoeken. Zie voor meer informatie de folder: Electro-Encefalogram (EEG).

Oorzaak
Bij de helft van de epilepsiepatiënten is er geen aanwijsbare oorzaak. Bij de anderen is epilepsie het gevolg van andere hersenaandoeningen, zoals hersenletsel door een ongeluk, een hersentumor, een ontsteking in de hersenen, een beroerte of zuurstoftekort. Daarnaast zijn er omstandigheden waarin een aanval wordt vergemakkelijkt, zoals stress of slaaptekort. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaker last van epilepsie dan anderen. Zo'n 75 tot 90% van de kinderen met het Sturge-Weber syndroom heeft een vorm van epilepsie.
Verschijnselen
Een aanval kan zich op verschillende manieren uiten. Dit is afhankelijk van het gebied van de hersenen waar op dat moment de overmatige ontlading plaatsvindt en hoe groot dat gebied is. Iemand kan vallen, schokken, vreemde bewegingen maken, iets vreemds ruiken of even afwezig zijn. Er zijn veel verschillende soorten epileptische aanvallen.

Voorafgaand kan de patiënt via de zintuigen vreemde gewaarwordingen krijgen, zoals het zien van lichtflitsen of het ruiken van geuren (dit heet een aura).

Een epilepsieaanval valt niet altijd op, soms is iemand alleen maar even 'afwezig' (dit heet een absence). Ruwweg heeft 1/3 van de patiënten minder dan één aanval per jaar, 1/3 heeft één aanval per maand en 1/3 meer dan één aanval per maand.Wanneer er geen aanval is, functioneren de hersenen van iemand met epilepsie meestal net zoals die van ieder ander. Er is dan niets aan hem of haar te merken.

Wanneer is het epilepsie?
Na één aanval kan men nog niet zeggen dat iemand epilepsie heeft. Er zijn andere aandoeningen die epileptische aanvallen kunnen veroorzaken. Bijvoorbeeld plotseling voorkomende veranderingen van het hartritme, een laag bloedsuikergehalte of plotselinge temperatuurstijgingen (koortsstuipen) bij kinderen. Er kunnen dus aanvallen voorkomen die lijken op epileptische aanvallen (niet-epileptische aanvallen). Als de oorzaak van de aanvallen niet vanuit de hersenen komt, wordt dit geen epilepsie genoemd.

Ook kan het zijn dat een aanval door bepaalde omstandigheden is uitgelokt. Zo´n aanval wordt wel een gelegenheidsaanval genoemd. Hierbij is dan wel sprake van een epileptische aanval, maar de kans op een volgende aanval is betrekkelijk klein. Na een eerste aanval wordt (meestal) geen behandeling ingezet, omdat er immers geen tweede hoeft te volgen. Van epilepsie is pas sprake wanneer iemand met enige regelmaat aanvallen heeft en onderzoek heeft uitgewezen dat de aanvallen veroorzaakt worden door een stoornis in de hersenen.

Op elke leeftijd
Epilepsie kan op iedere leeftijd voorkomen en ontstaan, maar in ongeveer 70% van de gevallen begint het voor of rond het 20e levensjaar. Een aantal vormen is leeftijdsgebonden. Dat wil zeggen dat de aanvallen in een bepaalde leeftijdsperiode voorkomen en met het ouder worden weer verdwijnen.

Veel vormen van epilepsie worden echter veroorzaakt door aanleg, een hersenziekte of een hersenbeschadiging. Die aanvallen verdwijnen zelden spontaan.

Behandeling
De oorzaak van epilepsie is zelden weg te nemen. De behandeling vindt meestal poliklinisch plaats. Omdat epileptische aanvallen meer kans op ongevallen geven, krijgen patiënten adviezen, zoals niet meer zwemmen of autorijden.

Bij de groep, waarbij de epilepsie geen duidelijk aanwijsbare oorzaak heeft, is de aandoening in het algemeen goed onder controle te krijgen met medicijnen (anti-epileptica genaamd). Medicijnen werken niet genezend. Gelukkig kunnen de meeste aanvallen goed worden onderdrukt met medicijnen. Mocht een patiënt onvoldoende reageren op de medicijnen of onaanvaardbare bijwerkingen krijgen, dan is soms een operatie mogelijk, maar alleen wanneer één aanwijsbaar gedeelte van de hersenen verantwoordelijk is voor het ontstaan van de aanvallen. Dat gedeelte moet niet diep in de hersenen liggen of op een moeilijk te bereiken plaats.

Cijfers

In het algemeen geldt dat hoe sneller de aanvallen onder controle worden gebracht, hoe beter de vooruitzichten zijn. Ongeveer de helft van de epilepsiepatiënten heeft 20 jaar na de diagnose minstens 5 jaar geen aanval meer gehad en hoeft geen anti-epileptica meer te slikken. Van elke 150 Nederlanders heeft er één epilepsie.

Vragen
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen of wilt u meer informatie? Belt u dan gerust naar de Polikliniek Neurologie. De afdeling is bereikbaar op werkdagen van 8.30 - 16.30 uur op telefoonnummer 0543 54 45 20. Ook kunt u informatie vinden op de volgende websites: www.hersenstichting.nl; www.epilepsie.nl; www.epilepsie.startpagina.nl.

Geheimhouding en recht op privacy

Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl

De inhoud van deze folder is ontleend aan de hersenstichting (www.hersenstichting.nl) en de website: www.epilepsie.nl.


Foldernummer: neu527 versie okt 21


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |