Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Chirurgie

Kijkoperatie van een gewricht

Kijkoperatie van een gewricht

Arthroscopie

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken rond een kijkoperatie (arthroscopie) in een gewricht. Deze folder betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot wijzigingen. De chirurg bespreekt dit met u.

Een gewricht
Een gewricht is een beweeglijke verbinding tussen botstukken. De botstukken, die in een gewricht ten opzichte van elkaar bewegen, zijn ter plaatse van het gewricht bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is veerkrachtig weefsel en zorgt ervoor - samen met het gewrichtsvocht - dat de botstukken gemakkelijk over elkaar glijden.

Een gewricht wordt omgeven door een gewrichtskapsel, dat aan de binnenzijde bekleed is met synovia (gewrichtsslijmvlies). De synovia maakt vocht waarin voedingsstoffen zitten voor het kraakbeen. Ook dient het als smeermiddel voor het gewricht.

Stabiliteit van een gewricht wordt verkregen door de steun van banden, pezen en spieren. Het is belangrijk dat de spieren goed ontwikkeld zijn. Juist zij kunnen de schokken, die een gewricht te verduren krijgt, goed opvangen. Bovendien zijn de spieren nodig voor de bewegingen van het gewricht.

Problemen van een gewricht

Als u last hebt van een gewricht, kan dat vele verschillende oorzaken hebben. In deze folder worden slechts oorzaken genoemd, die bij een arthroscopie gezien kunnen worden. Zo kunnen klachten het gevolg zijn van: gescheurd kraakbeen, gescheurde meniscus in de knie, gescheurde banden, gebroken bot, losse bot- of kraakbeenstukken, slijtage van het gewricht, ontsteking van het gewricht of een combinatie van deze aandoeningen.

Diagnose en onderzoek
Op grond van uw klachten, het onderzoek van uw gewricht en eventuele röntgenfoto's kan een beschadiging in het gewricht worden vermoed. Met meer specifieke onderzoekstechnieken (zoals MRI) is het enigszins mogelijk enkele van de bovengenoemde beschadigingen zichtbaar te maken. Bepaalde gewrichten, zoals de knie, de schouder, de enkel, de elleboog, de pols, en in de toekomst wellicht nog andere, zijn toegankelijk genoeg voor een kijkoperatie in het gewricht zelf. Zo'n arthroscopie (kijkoperatie) biedt de mogelijkheid om het gewricht nauwkeurig te inspecteren en indien nodig gelijktijdig een behandeling uit te voeren.

Voorbereiding
De verpleegkundige van de afdeling bereidt u voor op het onderzoek of de behandeling. Voor informatie hierover kunt u de folder: Dagopname - operatie doorlezen.

Medicatie

Afhankelijk van het onderzoek of de behandeling die u moet ondergaan, krijgt u vooraf al medicatie die door de anesthesist is voorgeschreven of die bij desbetreffend onderzoek of behandeling hoort. De verpleegkundige van de afdeling kan u hier meer uitleg over geven wat betreft het doel en de werking van de medicatie.

Antistolling

Wanneer u antistolling gebruikt, in de vorm van bloedverdunnende tabletten, meld dit dan aan uw arts en aan de verpleegkundige van de afdeling. In de meeste gevallen moet het antistollingsmiddel ruim voor de operatie gestaakt zijn (dit uiteraard in overleg met uw arts).

De operatie

Een kijkoperatie wordt meestal in dagbehandeling uitgevoerd, in narcose of onder regionale verdoving (verdoving van een deel van het lichaam). Dit bespreekt u met de anesthesioloog voorafgaand aan de operatie. Voor meer informatie kunt u de folder: ‘Uw operatie en anesthesie’ doorlezen.

Bij een arthroscopie wordt via een kleine snee met een camera (arthroscoop) in het gewricht gekeken. De arthroscoop bevat lichtgeleidingsvezels en lenzen en is verbonden is met een monitor. Zo ziet en controleert de operateur zijn handelingen op een scherm. Tijdens de arthroscopie wordt via een aparte kleine snee het gewricht met vocht gevuld, zodat er meer ruimte komt en het gewricht continu gespoeld kan worden. Via één of meerdere openingen kunnen instrumenten in het gewricht worden gebracht. Een eventuele operatie ter behandeling van de gewrichtsschade kan met behulp van deze instrumenten binnen in het gewricht worden uitgevoerd.

Om een helder beeld te kunnen houden tijdens de arthroscopie, wordt de operatie vaak 'onder bloedleegte' uitgevoerd, dat wil zeggen in een bloedleeg gebied. Het bloed wordt uit het operatiegebied weggestreken en met een opgepompte bloeddrukband om het bovenbeen of bovenarm wordt het gebied 'bloedleeg' gehouden.

Als er operatief te behandelen afwijkingen worden gevonden, zullen deze indien mogelijk tijdens dezelfde operatie plaatsvinden. Soms is echter een grotere ingreep noodzakelijk, die in een later stadium na nader overleg met u gepland zal worden.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij een arthroscopie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig. Mogelijke voorkomende complicaties zijn: infectie, nabloeding en/of zenuwbeschadiging.

Een infectie van het gewricht is een zeldzame maar ernstige complicatie, omdat de ontsteking het gewricht kan beschadigen en reden kan zijn om een aanvullende operatie te verrichten om het gewricht te spoelen. Na een arthroscopische operatie blijft soms het gewricht nog een paar weken dik. Het gewrichtsslijmvlies is dan geïrriteerd. Wellicht is dan extra behandeling nodig door de fysiotherapeut of kunnen medicijnen worden voorgeschreven.

Omdat er ook bij de arthroscopie sneden in de huid worden gemaakt, is er een kleine kans, dat er een huidzenuw wordt beschadigd. De huid eromheen kan daarna “doof” aanvoelen of juist extra gevoelig zijn. De ervaring leert dat deze klachten meestal van voorbijgaande aard zijn.

De bloeddrukband, die vaak gebruikt wordt om de operatie 'onder bloedleegte' te kunnen uitvoeren, geeft soms klachten na de operatie, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing van de weefsels onder deze strakke band of blaarvorming. Maar ook kan een huidzenuw bekneld geraakt zijn, zodat de huid eromheen een al dan niet tijdelijke gevoelsstoornis kan geven. Het nadeel van bloedleegte kan zijn dat de chirurg tijdens de ingreep een bloedvat heeft geraakt. Na het opheffen van de bloedleegte kan dit tot een nabloeding leiden, waarvoor soms opnieuw opereren nodig is, om de bloeding te stoppen.

Na de operatie

Na de operatie vertelt de chirurg u wat er bij de arthroscopie is gezien en gedaan. Tevens geven arts en fysiotherapeut u instructies over de nabehandeling van het gewricht, welke oefeningen goed zijn en welke bewegingen u moet vermijden. Na de operatie wordt u dus tevens behandeld door de fysiotherapeut.

Deze behandeling, welke bestaat uit instructies en/of oefentherapie en het (zo nodig) op maat afstellen van hulpmiddelen, is door de chirurg afgesproken met de fysiotherapeut van het SKB. Behandeling is noodzakelijk om goed en verantwoord te kunnen oefenen en bevordert een voorspoedige revalidatie.

Soms is fysiotherapie in de thuissituatie nodig. Hiervoor kunt u dan zelf een afspraak maken met een fysiotherapeut naar keuze. Soms mag het gewricht een tijdje niet belast worden, bijvoorbeeld na een arthroscopie van de knie of de enkel. In dat geval moet u een periode met krukken lopen. Ook dit kunt u leren van de fysiotherapeut.

Afhankelijk van de operatie, de grootte van de ingreep en individuele factoren zult u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid het gewricht weer normaal te kunnen gebruiken zijn daarvan afhankelijk. De arts geeft u adviezen daarover.

Aanvullende informatie

Meer informatie over arthroscopie vindt u op de volgende websites:
Vragen
Bij vragen over uw behandeling kunt u zich contact opnemen met de polikliniek Chirurgie. Wij zijn van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer 0543 54 42 50. Wanneer zich thuis, binnen 24 uur na ontslag, problemen voordoen, kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp, telefoon: 0543 54 45 55. In andere gevallen kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie of met uw huisarts.

Tot slot
Wij zouden het op prijs stellen, als u uw ervaringen wilt delen op de volgende website: www.zorgkaartnederland.nl

Geheimhouding en recht op privacy

Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl


Foldernummer: chi447 versie nov 21


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |