Er zijn medicijnen die het proces bij de ziekte van Alzheimer kunnen vertragen, of bepaalde verschijnselen kunnen verminderen. Te weten galantamine en rivastigmine (cholinesteraseremmers). In deze brochure vindt u zowel algemene informatie als specifieke informatie over de behandeling met één van deze medicijnen. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u terecht bij uw arts, verpleegkundig specialist of uw apotheker.
Algemene informatieDeze medicijnen genezen niet de beschadiging van de hersenen, maar kunnen de gevolgen van het ziektebeeld beperken. Het dagelijks functioneren op het gebied van geheugen, denken, taal en handelen kan door de geneesmiddelen verbeteren. De effecten van de medicijnen zijn per persoon verschillend en niet te voorspellen. Een vroegtijdige diagnose is belangrijk. Hoe eerder de diagnose dementie gesteld wordt, des te beter kunnen medicijnen het ziekteproces vertragen. De medicatie bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer mag alleen door een deskundige voorgeschreven worden.
Voor alle medicatie geldt dat de patiënt onder controle komt van de verpleegkundig specialist geriatrie. Hier kunt u verderop in de folder, per groep medicatie meer over lezen.
Cholinesteraseremmers Onze hersenen hebben een sturende taak. Ze kunnen deze taak alleen uitvoeren als hersendelen met elkaar in contact staan. Voor dit contact zijn bepaalde ‘boodschapperstoffen’ nodig (de zogenaamde neurotransmitters). Bij een tekort aan deze stoffen ontstaan er problemen met de cognitieve functies. Dat zijn de functies om te kunnen denken, begrijpen, lezen, schrijven herinneren en onthouden. Een van deze stoffen is acetylcholine. Bij sommige vormen van dementie lijkt er een tekort te zijn aan acetylcholine.
Rivastigmine en galantamine zijn zogenaamde cholinesteraseremmers: ze remmen de afbraak van acetylcholine. De hoeveelheid acetylcholine in de hersenen stijgt hierdoor. De communicatie tussen zenuwcellen kan hierdoor op peil blijven en de symptomen van de ziekte van Alzheimer mogelijk beperken.
Voor wie zijn deze medicijnen bedoeld? De werkzaamheid van cholinesteraseremmers is onderzocht en beoordeeld bij mensen met een licht tot matig ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer.
Effect Onderzoekers hebben gelet op het effect op de verstandelijke achteruitgang, de algemene indruk en het dagelijks functioneren van mensen met de ziekte van Alzheimer. Bij sommige mensen werd de achteruitgang op één of meerdere van deze functies vertraagd. Bij anderen bleef de situatie gelijk en bij een kleine groep werd een lichte verbetering waargenomen.
In het algemeen zijn het de attentie, concentratie en het spraakvermogen die verbeteren en niet het geheugen. De omgeving merkt op dat de persoon met dementie ‘er meer bij is’, weer ‘meedoet’, ‘deelneemt aan het gesprek’. Dit merkbare effect treedt echter bij een minderheid van de gebruikers op, zo’n 7-10%. Een groter deel ondervindt op de langere termijn een vertragend effect. Het is van tevoren niet mogelijk te beoordelen bij wie het middel werkt.
Dilemma Het is de vraag of een tijdelijk gunstig effect van een middel op de verstandelijke vermogens altijd goed is. Iemand met dementie zou langer in een fase van verwarring, angst en verzet kunnen blijven steken of een fase van volledige afhankelijkheid zou langer kunnen voortduren.
Daar staat tegenover dat een verlenging van de periode waarin hij nog redelijk kan communiceren de gelegenheid biedt gevoelens te uiten en zich voor te bereiden op de toekomst. Een behandeling die geen effect (meer) heeft, roept eveneens problemen op. Het kan voelen als het verlies van de laatste strohalm, zeker voor de naasten van de persoon met dementie. De keuze voor eventuele behandeling met een cholinesteraseremmer moet dan ook weloverwogen gemaakt worden.
Medicijnen
Rivastigmine (pleisters)
De Rivastigmine pleister moet eenmaal per dag opgeplakt worden. Met behulp van de pleister wordt er gedurende 24 uur, via de huid, het medicijn door het lichaam gereguleerd opgenomen. De startdosis bedraagt een pleister met 4,6 mg per 24 uur. Na vier weken wordt de pleister vervangen door een pleister met 9,5 mg per 24 uur. Bij het gebruik van de pleister zijn een aantal aandachtspunten:
- Plak de pleister op een gezonde huid, zonder verwonding, uitslag of irritaties.
- Zorg dat de huid schoon, droog en onbehaard is (zo nodig scheren, maar niet op de dag van plakken) en niet vlak ervoor ingesmeerd is met olie, poeder, crème of lotion. Gebruik van deze producten kan wel na het plakken van de pleister, zo ook douchen/baden.
- Verwissel de pleister iedere dag rond hetzelfde tijdstip. Maak de verpakking pas open als de pleister direct wordt opgeplakt.
- Doordat er een actieve stof door de huid gaat onder de pleister, kan de huid een reactie vertonen. Deze reactie is zichtbaar wanneer de pleister na 24 uur wordt verwijderd. De huid moet hiervan ongeveer 2 weken herstellen. Het is daarom belangrijk dat de volgende pleister de komende 2 weken op een andere plaats geplakt wordt. Dit kan zijn op de linker of rechter bovenkant van de arm, links of rechts op de borst en links of rechts op de boven- of onderrug.
- Neem contact op met de polikliniek Geriatrie als het gebied met roodheid veel groter is dan de pleister en voortdurend aanwezig is.
- Bij het verwijderen van de pleister huid strak houden en één rand van de pleister voorzichtig omhoog trekken. Daarna de pleister zachtjes van de huid trekken. Handen wassen met water en zeep na het plakken van de nieuwe pleister. Ogen niet aanraken.
- Eventuele plak/lijmresten verwijderen met zoete olie (slaolie).
Galantamine (tabletten)
Deze moeten eenmaal per dag tijdens het eten worden ingenomen, bij voorkeur in de ochtend. De startdosis is meestal 8 mg. Als deze dosis na 4 weken goed wordt verdragen, verhoogt de arts of verpleegkundig specialist de dosis tot 16 mg. Als de patiënt deze dosis ook goed verdraagt, wordt de dosis verder verhoogd tot 24 mg per dag. De dosering waarbij effecten zijn gevonden is 16 tot 24 mg per dag.
Bijwerkingen
De belangrijkste bijwerkingen van rivastigmine en galantamine zijn misselijkheid, braken, gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, duizeligheid, hoofdpijn, huidproblemen (bij de pleister, zwakte en slaperigheid, met name in het begin van de behandeling en met elke dosisverhoging. De meeste bijwerkingen verdwijnen binnen enkele dagen. Als de klachten na enkele dagen niet weg zijn, dan moet u contact opnemen met de polikliniek Geriatrie. De arts of verpleegkundig specialist zal meestal kiezen voor het verlagen van de dosis. Het is onverstandig zelf de dosis te verlagen zonder overleg.
Let op: uw arts of verpleegkundig specialist kan voor een andere opbouw van het doseringsschema kiezen. Volg altijd het advies van uw arts of verpleegkundig specialist op. In verband met de werking en mogelijke bijwerkingen is het verstandig de medicatie onder toezicht van familie of thuiszorg in te nemen.
Controle door verpleegkundig specialist geriatrieTijdens de opbouwfase belt de verpleegkundig specialist 2 à 3 weken na starten met de medicatie en 2 à 3 weken na elke verhoging van de dosering. Er wordt dan o.a. geïnformeerd naar eventuele bijwerkingen, gewicht en bevindingen. Dit kan met u zelf zijn of met uw mantelzorger. 3 maanden na de laatste ophoging volgt een controle door de verpleegkundig specialist op de polikliniek. Tijdens deze controle zal naast evaluatie van de medicatie, gewicht, pols en bloeddruk ook gecontroleerd worden. U blijft dan onder halfjaarlijkse controle van de verpleegkundig specialist, waarbij een geheugentest één keer per jaar wordt herhaald.
Vergoeding Dit middel wordt door de zorgverzekeraar alleen vergoed voor behandeling van de lichte tot matig ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer. Voorwaarde is dat het middel wordt voorgeschreven door een (verpleegkundig) specialist die deskundig is op het gebied van de behandeling van dementie en dat de behandeling regelmatig geëvalueerd wordt.
Vragen
Bij vragen of onduidelijkheden kunt u bellen met de secretaresse van de polikliniek Geriatrie. Wij zijn van maandag tot en met vrijdag van 8.00 – 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer: 0543 54 44 50.
Geheimhouding en recht op privacyAlle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op:
www.skbwinterswijk.nl
Tot slot
Wij zouden het op prijs stellen, als u uw ervaringen wilt delen op de volgende website:
www.zorgkaartnederland.nl
Bijlage 1: Plakschema rivastigmine pleister
Een pleister per 24 uur. Plak een nieuwe pleister steeds op een andere plaats op de huid (volg het schema hieronder):
- de rechterborstkas boven (1). de linkerborstkas boven (2),
- de rechterbovenarm aan de voorkant (3), de linkerbovenarm aan de voorkant (4),
- de linkerbovenrug boven (5), de rechterbovenrug boven (6),
- de linkerbovenarm achterkant (7), de rechterbovenarm achterkant (8),
- de linkerbovenrug midden (9), de rechterbovenrug midden (10),
- de linkerbovenrug onder (11), de rechterbovenrug onder (12),
- de linker onderrug (13), en de rechteronderrug (14).
De plek van de huid moet schoon, droog en onbehaard zijn en er mag geen verwonding, uitslag of irritatie zijn. Breng een nieuwe pleister niet tweemaal aan op dezelfde plaats op de huid binnen 14 dagen.
Let op!
Plak bij een vrouw de pleister niet op de borsten, maar ruim daarboven.
