Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

Folder informatie logo

Plastische chirurgie

Radiaal Tunnel Syndroom

Radiaal Tunnel Syndroom

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Inleiding
Bij het Radiale Tunnel Syndroom, ook wel posterior interosseus syndroom of PIN genoemd, zit de motorische (spier)tak van de nervus radialis (polszenuw) ingeklemd. Dit geeft vage pijnklachten aan de bovenzijde van de onderarm. Er is ook sprake van krachtsverlies. De klachten nemen toe bij activiteiten. Vaak is er een verhoogde spierspanning in de spieren net onder de elleboog. '

Normaal gesproken zijn er geen tintelingen voelbaar, maar wanneer de beklemming hoger gelegen is, zijn er meestal wel tintelingen op de bovenkant van de hand.

Wartenberg syndroom.
Bij het Wartenberg syndroom is het de sensibele tak (gevoelstak) van de nervus radialis, die beklemd zit tussen de onderarmspieren. Het gevolg is een doof tintelend gevoel op de bovenkant van de hand en/of pijn. Bij dit syndroom is geen sprake van spieruitval of krachtsverlies.

Oorzaak
Het Radiaal Tunnel Syndroom komt vaker voor bij mensen met een bepaald beroep, zoals kappers e.d. De klachten worden vaak ten onrechte geduid als R.S.I. (Repetitive Strain Injury oftewel klachten van arm, nek en/of schouder).

Diagnose
Door middel van een MRI-scan kan in meer dan 70% van de gevallen met succes een diagnose gesteld worden. Een MRI-scan wordt op de afdeling MBT (Medische Beeldvormende Technieken) uitgevoerd. Voor meer informatie hierover: zie folder: MRI.

Behandeling
Zonder operatie
De klachten verdwijnen meestal door rust, fysiotherapie, houdingsaanpassingen en ergotherapie.

Met operatie
Wanneer bovenstaande behandeling niet helpt, kan besloten worden tot een operatie.

Risico’s van een operatie
Na een operatie is er kans, dat het litteken minder mooi geneest. Ook bestaat er een kans op een infectie. Dit komt echter zeer zelden voor. Er bestaat een minimale kans dat de zenuw beschadigd wordt.

Herstel
Als u geopereerd wordt, draagt u de eerste drie dagen na de operatie overdag een sling (draagband). Het is belangrijk dat u de vingers gedurende deze periode regelmatig beweegt (strekken en buigen), om te voorkomen dat uw hand stijf wordt. ’s Nachts hoeft u de sling niet te dragen, u kunt uw arm dan op een kussen leggen. Tijdens het douchen kunt u de sling even afdoen, maar u moet ervoor zorgen dat het verband droog blijft.

Na één week komt u voor wondcontrole op de polikliniek Plastische Chirurgie. Daarna kunt u de hand en arm weer voorzichtig in toenemende mate onbelast gebruiken. De plastisch chirurg geeft u na de ingreep nog verdere adviezen mee.

In principe mag u de hand en arm na twee weken weer normaal gebruiken. Of dat ook voor uw werk geldt, bespreekt u met de arts tijdens het eerste polikliniekbezoek na de operatie.

Vragen
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen of wilt u meer informatie? Belt u dan gerust naar de polikliniek Plastische Chirurgie in Winterswijk. Wij zijn van maandag tot en met vrijdag van 08.30 - 16.30 uur bereikbaar op telefoonnummer 0543 54 46 00.

Geheimhouding en recht op privacy
Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft u als patiënt recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl


Foldernummer: plc 206 versie jul 17


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |