Logo Streekziekenhuis Koningin Beatrix.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

PiMS folder informatie logo

Kindergeneeskunde

Sondevoeding in de thuissituatie

Sondevoeding in de thuissituatie

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door
Deze informatiefolder is voor ouders of verzorgers die gebruik gaan maken van de mogelijkheid om thuis sondevoeding te geven. In deze folder vindt u informatie die helpt bij de voorbereiding en de uitvoering van het geven van sondevoeding.

Met sondevoeding naar huis
Uw kind heeft een sonde omdat hij/zij (nog) niet in staat is om zelf voldoende te drinken. U gaat leren sondevoeding te geven aan uw kind, zodat hij/zij vervroegd met ontslag kan. Eenmaal thuis geeft u sondevoeding aan uw kind totdat hij/zij geleerd heeft om alle voeding zelf te drinken. De periode van zelf leren drinken kan enkele weken duren.

Wat een sonde is
Een sonde is een dun buigzaam slangetje met aan het uiteinde meerdere gaatjes waardoor de voeding in de maag komt. De verpleegkundige brengt de sonde via de neus van uw kind in. De sonde loopt van de neus via de keel door naar de slokdarm en maag. Via de sonde kan zowel afgekolfde moedermelk als kunstvoeding worden gegeven.

Voordelen van thuis sondevoeding gevenAls uw kind thuis leert drinken, is er vaak nog veel sondevoeding nodig, soms zelfs een hele voeding als uw kind moe is. Uw kind zal steeds meer borst- of flesvoeding gaan drinken en minder sondevoeding nodig hebben.

Wanneer uw kind naar huis kan
De kinderarts bepaalt of uw kind in aanmerking komt voor vervroegd ontslag met sondevoeding. Hierbij kijkt de arts onder andere naar de volgende criteria:Hoe u sondevoeding geeft
Het geven van sondevoeding is een handeling waaraan risico’s zijn verbonden en is dus voorbehouden aan artsen en verpleegkundigen. U mag deze handeling alleen uitvoeren in opdracht van de kinderarts.

Als uw kind naar huis mag, krijgt u de week voorafgaand aan het ontslag gerichte instructies van de verpleegkundige. Zij leert u hoe u de sonde controleert en veilig sondevoeding geeft. U kunt het inbrengen van de sonde ook leren, maar dit is niet noodzakelijk om met uw kind naar huis te kunnen. Met de verpleegkundige spreekt u af wie de sonde inbrengt (de kinderafdeling of de thuiszorg). Aangezien de verantwoordelijkheid van het geven van sondevoeding in het ziekenhuis bij de verpleegkundige ligt, wordt de sonde in het ziekenhuis altijd gecontroleerd in het bijzijn van een verpleegkundige.

Benodigde materialen
  1. Een (veter)bandje of tape om de spuit met sondevoeding op te kunnen hangen;
  2. Afgekolfde moedermelk of zuigelingenvoeding die de kinderarts heeft voorgeschreven;
  3. een 50 ml spuit;
  4. Stamper om lichte druk te kunnen geven als de voeding niet vanzelf begint te lopen;
  5. 5 ml spuit om de positie van de sonde te controleren;
  6. 5 ml spuit met lauw water om de sonde na de voeding door te spuiten;
  7. pH-strip (pH = zuurgraad).

Persoonlijke voorbereiding
Controleren van de voedingssonde
De voedingssonde kan van plaats verschuiven. Om zeker te weten dat het uiteinde van de sonde goed in de maag ligt moet u vóór iedere sondevoeding de ligging van de sonde controleren.

Op deze manier kunt u controleren of de sonde goed in de maag ligt:De sonde ligt goed als u de voeding makkelijk opgetrokken krijgt (kleine hoeveelheden zijn normaal) en als het streepje nog op dezelfde plek dichtbij het neusje zichtbaar is.
De voeding die u bij het controleren heeft opgetrokken moet u wel weer terug spuiten in de sonde omdat anders belangrijke maagsappen verloren gaan.

Als u geen voeding kunt optrekken
Kijk eerst of het streepje op de sonde nog op de juiste plek dichtbij het neusje zit. Zit het streepje niet op de goede plek, dan ligt de sonde niet meer goed in de maag en mag u geen voeding gaan geven. Overleg eerst met de kinderafdeling of de thuiszorg.

Zit het streepje wel op de goede plek en is de sonde nog goed afgeplakt:
Spuit met het 5 ml spuitje eerst 2-3 ml lucht in de voedingssonde. Probeer hierna opnieuw om +/- 2 ml voeding op te trekken. Als u nog steeds geen voeding kunt optrekken:
Spuit dan 2 ml lauw water uit de kraan met het spuitje in de voedingssonde. Let op uw kind; blijft uw kind ontspannen, houdt hij/zij een mooie kleur en oogt hij/zij niet benauwd. Dan kunt u er alsnog van uit gaan dat de sonde goed zit.

Twijfelt u of het wel maagsap is wat u optrekt? U kunt dan enkele druppels maagsap op de pH strip spuiten en de pH waarde aflezen. Als deze pH waarde 5.5 of minder is dan ligt de sonde goed in de maag en kunt u de voeding via de sonde gaan geven. Maagsappen zijn zuur, daarom is de pH-waarde van maagsappen laag: 5.5 of nog lager.

Is de pH waarde hoger dan 5.5 dan ligt het uiteinde van de sonde niet in de maag. U mag dan geen voeding via de sonde geven. Overleg met de verpleegkundige van de kinderafdeling of thuiszorg.

N.B. Vertrouwt u het niet, neem dan contact op met de kinderafdeling of de thuiszorg.

Sondevoeding geven

Als de sonde goed zit, koppelt u de 50 ml spuit aan de sonde. Haal eerst de stamper eruit voordat u de spuit aan de sonde koppelt en vul dan de spuit met de voeding. Blijf in de buurt van uw kind tijdens het geven van sondevoeding, zo kunt u eventuele problemen waarnemen.
Kinderen die de neiging hebben om aan de sonde te trekken kunnen baat hebben bij sokjes om de handen. De sonde mag gedurende 6 weken blijven zitten en/of opnieuw gebruikt worden. De spuiten na gebruik met warm water uitspoelen en in een dichte doos in de koelkast bewaren. Eén keer per dag de spuiten vervangen voor nieuwe.

Mogelijke problemen
Het is belangrijk dat u op de hoogte bent van problemen die zich kunnen voordoen bij het geven van sondevoeding en dat u weet wat u in die situaties moet doen.

Aspiratie
Het kan zich voordoen als het uiteinde van de sonde niet in de maag zit en de voeding tijdens het inlopen in de luchtwegen of longen terecht komt. Tekenen die hierop wijzen:Hoe te handelen:
  1. Stop de sondevoeding. Knijp de sonde dicht en houdt het spuitje lager dan het kind. Giet de resterende sondevoeding terug in het flesje. Koppel de spuit los en houd de sonde dichtgeknepen.
  2. Maak de pleister los en trek in een vlotte beweging de sonde eruit, houd hierbij steeds de sonde dicht.
  3. Stimuleer uw kind tot goed doorademen, houd hem of haar rechtop en blaas hard in het gezichtje van uw kind.
  4. Als uw kind niet ademt of niet goed doorademt bel dan 112.
Spugen
Als uw kind gaat spugen tijdens het toedienen van de sondevoeding handelt u als volgt:Slecht doorlopen van de voedingSonde verstopt Als bovenstaande adviezen niet helpen, neem dan contact op met de kinderafdeling of thuiszorg.

Sonde ligt niet goed in de maag of is eruit
Als u denkt dat de sonde is verschoven en dat het uiteinde van de sonde niet meer goed in de maag ligt dan mag u geen voeding meer geven via de sonde. Uw kind heeft mogelijk zelf aan de sonde getrokken of de pleister heeft losgelaten. U ziet dat het streepje op de sonde niet meer direct bij het neusgat van uw kindje zit. Geef geen sondevoeding, overleg met de verpleegkundige van de thuiszorg of kinderafdeling!

Als uw kind de sonde voor een deel heeft uitgespuugd of als u de sonde opgekruld in de mond ziet liggen of dat het streepje op de sonde niet meer direct bij het neusgat zit: verwijder dan zelf de sonde.

Verwijderen van de voedingssonde
Als uw kind de sonde er voor een deel heeft uitgetrokken of heeft uitgespuugd, verwijder dan de sonde.Zorg ervoor dat tijdens het verwijderen van de maagsonde het afsluitdopje er goed op zit of dat u de sonde goed dichtknijpt. Dit voorkomt het teruglopen van voedingsresten in de longen tijdens het verwijderen van de sonde.

Pleisters verschonen

De pleister op de wang moet bij iedere voeding gecontroleerd worden. Zit de pleister niet meer goed vast dan moet u de pleister direct vervangen. Zo voorkomt u dat de sonde losraakt. Door zweten en huidvet neemt de kleefkracht van de pleister af. U kunt de pleister bij vervanging ook net iets anders plakken. Dit helpt om drukplekken op het neusje en huidirritatie te voorkomen. Bij het wisselen van de pleister moet u er goed op letten dat de sonde op dezelfde plek blijft zitten. Vraag daarom bij voorkeur hulp aan een tweede persoon.

Hoe verschoont u de pleisters?Mond- en neusverzorging
Als uw kind een sonde in zijn/haar neusgat heeft, ontstaat er meer snot. Het neusslijmvlies wordt geprikkeld door de sonde, waardoor er extra slijm wordt aangemaakt. Als het neusje hierdoor verstopt raakt, beperkt dit de ademhaling waardoor uw kind minder gemakkelijk kan drinken. Met een schoon gaasje en water kunt u dit slijm verwijderen. Ook kan dit met fysiologisch zout, verkrijgbaar bij de drogist of apotheek. U spoelt de neusgaten met een paar druppels waardoor het slijm makkelijk oplost en uw kind dit er zelf uit kan niezen of doorslikken. Als uw kind nog niet vaak zelf drinkt is het belangrijk de slijmvliezen in het mondgebied vochtig te houden. Dit kan door de mond schoon te maken met een gaasje en water of door een druppel melk op de fopspeen te doen. De lipjes kunt u verzorgen met vaseline.

Controleer het mondgebied op witte, niet weg te vegen plekjes of puntjes. Dit kan duiden op een schimmelinfectie; spruw. Spruw moet behandeld worden, overleg met uw huisarts.

Veilig slapen met een sonde
Om te voorkomen dat de sonde rond de hals gaat zitten als uw kind beweegt in zijn/haar slaap, adviseren wij om de sonde op de rug vast te plakken aan de kleren. Uw kind moet nog wel voldoende bewegingsvrijheid van zijn/haar hoofd hebben. Leg uw kind altijd op de rug te slapen.

Praktische tips voor het leren drinken
Als uw kind moet leren drinken, is het belangrijk dat uw kind de benodigde voeding per dag krijgt, verdeeld over zeven of acht porties. De kinderarts van uw kind spreekt af wat de minimale hoeveelheid voeding is die uw kind per dag binnen moet krijgen. Uw kind hoeft nog niet alles zelfstandig te drinken en mag dit in zijn eigen tempo leren. Het is hierbij belangrijk alert te zijn op de signalen van uw kind. Uw kind bepaalt zelf wanneer hij/zij meer of minder kan gaan drinken. Uw kind heeft nog veel energie nodig om te groeien en zichzelf op temperatuur te houden. Het kan zijn dat uw kind tijdens de eerste periode thuis niet elke voeding voedingsbereid is. Er kan dan ook een hele voeding per sonde worden gegeven terwijl uw kind nog slaapt. Op die manier spaart hij/zij energie voor de volgende voeding.
Hierdoor is uw kind beter uitgerust en meldt hij/zij zich misschien wel voor de volgende voeding. Voordat uw kind met ontslag gaat wordt er een plan gemaakt met betrekking tot het afbouwen van de sondevoeding. Er wordt voor uw kind een individueel plan gemaakt met betrekking tot hoe vaak u terug komt op de afdeling, wanneer u terug komt op de afdeling wordt er aandacht geschonken aan het afbouwen van de sondevoeding. Eventueel wordt deze afspraak gecombineerd met de lactatiekundige. Mocht u thuis vragen hebben kunt u altijd contact opnemen met de kinderafdeling.

Bij ontslag is de sonde ingebracht op _____ cm, gemarkeerd met een rode streep.
De sonde is ingebracht op _____ -_____ - ______ en moet verwisseld worden voor _____ - _____ - ______.

Vragen
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, aarzel dan niet om deze te stellen. U kunt hiervoor contact opnemen met de afdeling, telefoon 0543 54 44 95.

Geheimhouding en recht op privacy
Alle medewerkers van ons ziekenhuis hebben een geheimhoudingsplicht. Verder heeft uw kind recht op privacy. Uitgebreide informatie hierover kunt u vinden in de folder ‘De rechten en plichten van de patiënt’. Deze is verkrijgbaar op de afdeling en bij de patiënteninformatie in de centrale hal. Daarnaast is deze folder te vinden op: www.skbwinterswijk.nl


Foldernummer: kin716 versie juli 21


PIMS™ folderportaal door 4CLOUD®
  |